Door: Kris.

Zondag 4 juni 2017, de dag van de battle der titanen: De Gebroeders Laan vs. Team Vergane Glorie.

Koen en ik hadden ons al op tijd opgegeven voor deze prachtige run. Na een kort overleg besloten we ons toch maar op te geven voor de 12 km recreanten koppelrun, onder het mom van: niet te hard van stapel lopen. Tot onze grote schrik zagen we een paar weken later op Facebook dat Kreuk & Coppers zich hadden opgegeven voor de 12 km wedstrijd koppelrun. Wederom was het besluit na kort overleg genomen: we zouden de organisatie mailen dat we toch de wedstrijd wilden lopen. Dat was gelukkig geen probleem en zo was er een ware RUIG titanenstrijd geboren.

L: Koppel Vergane Glorie. R: Gebroeders Laan.

Waar 75% van het viertal als voorbereiding voor de wedstrijd een avondje op de bank had, besloot 25% van het gezelschap een interessant onderzoek uit te voeren met de volgende onderzoeksvraag: wat is het effect van een dagje Flying Dutch op mijn survivalrun prestatie? Coppers stelde hiervoor wel strenge eisen aan zichzelf, er zou namelijk geen druppel alcohol genuttigd worden. Waar Koen en ik ons al rijk rekenden, had Kreuk nog het volste vertrouwen in zijn pupil en in een overwinning.

Stipt 08.30 uur stonden we voor de deur bij Coppers en wonder boven wonder stapte hij fris en fruitig de Opel van Kreuk in. Vervolgens trok hij zijn tas open en toen bleek dat het kamp Kreuk & Coppers het toch wel erg serieus nam. De nodige koolhydraten in de vorm van pannenkoeken en bananen kwamen uit de tas. Tekenend voor de titanenstrijd was dat dit alleen binnen het team gedeeld werd, Koen en ik konden wel fluiten naar een lekker hapje. Gelukkig hadden ook wij ons gedegen voorbereid: de pannenkoeken met spek, Snelle Jelles en stroopwafels verspreidden een energieke lucht in de auto. We boden nog wat van ons proviand aan, maar met name Coppers vertrouwde ons niet.

Om 10.21 zouden wij van start gaan en om 10.24 Kreuk en Coppers. Ons doel was om ons vooral niet te laten opjagen, maar aan de andere kant wilden we het gat van drie minuten toch wel behouden: kortom, we hadden geen tactiek. De run verliep voorspoedig met een paar leuke hindernissen om mee warm te draaien: een korte combi in de vorm van een kraanhindernis boven het water, netje onder langs boven het water en een apenhang met ton. Met name de omgeving waar de run doorheen liep, was fenomenaal: een en al mooie natuur. Na een rondje kanoën op het kanaal werden we echter even wakker geschud: Team Vergane Glorie kwam aan sprinten. Hier hadden we niet op gerekend. Tijdens het uitstappen hoorde we Coppers nog schreeuwen: “Dit zijn geen vier minuten mannen Laan!”. Helaas kon hij daar nog wel eens gelijk in hebben. Tegelijkertijd zorgde hij er hiermee wel voor dat de adrenaline onze oren uitspoot.

Naarmate de run vorderde, kwamen we langs een aantal hindernissen waar we heel wat koppels achter ons hebben gelaten: een verticale (natte) balk zonder touw, een lange postmanswalk en (natte) triangels (10-15 stuks). We vlogen er doorheen en begonnen vertrouwen in een eindoverwinning te krijgen. Van onze ‘concurrenten’ was sinds de kanotocht ook geen spoor meer te bekennen. Kilometer na kilometer genoten we nog steeds van de mooie natuur die Vlaardingen ons te bieden had.

Richting het einde begon echter met name mijn persoon wat last te krijgen van verzuringsverschijnselen in de onderarmen. Dit kwam nog eens tot uiting toen we bij een apenhang in een verticaal touw naar beneden moesten, een bel moesten aantikken, weer omhoog moesten klimmen en verder moesten apenhangen. Stiekem begon ik de hindernissen die nog komen gingen wat te vrezen. Ik begon wat vaker over mijn schouder te kijken, maar nog steeds geen spoor van Kreuk en Coppers.

Toch overleefde ik alle hindernissen richting het eindonderdeel in één keer en bespaarde ik armkracht. Het hakken liet ik grotendeels aan mijn koppelgenoot over, hij is toch de oudere van de twee en had nog het meeste kracht over. Nadat we de balk vakkundig in tweeën hadden geknald, maakten we ons op voor het eindonderdeel: monkeybars, slappe lus, stukje rust en tot slot apenhang onder een verticale plaat door. Bij dit laatste stuk sloeg het noodlot toe: bij het omhoog komen onder de plaat vandaan kwam ik de man met de hamer tegen: verzuring. Koen vloog er gelukkig wel doorheen. Maar Koen en ik wisten wat mij betreft gelijk: niet te snel een tweede keer proberen, genoeg tijd nemen. Nadat we daar een paar minuten stonden, kregen we echter een flinke hartverzakking: daar kwamen Kreuk en Coppers.. We konden niet meteen zien of ze hun bandjes nog om hadden, dus ontstond er een dilemma: toch snel een tweede keer proberen of hopen dat één van de mannen geen bandje meer had. We kozen voor de tweede optie en die pakte uitermate goed uit: Coppers was zijn bandje verloren. Kreuk vloog langs me heen en schoot als een pijl uit een boog door het onderdeel. Coppers had echter net als ik ook enige tijd nodig. Na een minuut of 10 daar gewacht te hebben, besloot ik het er op te wagen. Bij het omhoog komen onder de plaat vandaan, voelde ik het al: ik zou het gaan redden. En jahoor, een oorverdovend gejuich steeg op uit de menigte die zich om ons heen verzameld had: ik tikte het laatste touw aan. We schoten door naar de bel en wisten het: de RUIG-battle was in ons voordeel beslist.