Door: Ruud.

“Al bijna twee jaar hobbel ik van blessure naar blessure. Terwijl ik daarvoor van hindernis naar hindernis snelde. Ik doe al jaren mee in het circuit voor de lange survivalruns. Ik deed altijd zoveel mogelijk runs, ik sloeg er bijna nooit één over. Nu is mijn laatste run 8 maanden geleden en die heb ik niet eens uitgelopen. Het wordt tijd voor verandering.
Voor die verandering heb ik Harreveld uitgekozen. Normaal altijd wel een wedstrijd die mij goed ligt. Dit jaar is in Harreveld het Open Nederlands Kampioenschap lange survivalrun. Een extra groot deelnemersveld en een extra uitdagende wedstrijd. Vooral bijzonder dit jaar is dat er geen hindernissen tweemaal gedaan hoeven te worden. Bij veel lange survivalruns moet je een deel van het parcours tweemaal doen. Dat scheelt de wedstrijdorganisatie natuurlijk aanzienlijk: minder hindernissen bouwen, minder vrijwilligers nodig. Niet dit jaar dus in Harreveld. Eén lange ronde van 21 kilometer. Ik heb eigenlijk nog niet genoeg kilometers in de benen na mijn vorige blessure. Ik ben nog niet verder gekomen dan 6 kilometer. De survivalrun trekt echter aan me en ik ga ervoor.
Op de dag zelf is het erg heet. Ik moet vroeg starten. Dat scheelt weer wat met de hitte. Ik zit in dezelfde startgroep als Jelle en Theo. Ik zal het vandaag rustug aan doen en Jelle en Theo zijn al snel na de start uit het zicht. De wedstrijd gaat goed. Zeker de hindernissen gaan soepel. Die ben ik blijven trainen de afgelopen tijd – ondanks mijn loopblessures.
Halverwege moet je met twee bakstenen een lang stuk door een aardappelveld rennen. Ik hou het voor deze keer bij wandelen. Ik blijf voorzichtig.
Maar daarna komen de hindernissen weer: korte lianen, korte touwtjes, spaanse ruiters, combinaties – het gaat allemaal soepel. Gelukking zijn er in het parcours twee waterbakken gemaakt waar je even af kunt koelen. De hitte begint ondertussen wel toe te slaan.
Op drie kwart begint het echt druk te worden. De recreanten voor de 14 kilometer zitten nu ook op het parcours. Die hebben duidelijk meer moeite om over de hindernissen te komen. Bij de hindernissen ontstaan lange wachtrijen. Gelukkig mag ik daar als wedstrijdloper langsheen en heb ik voorrang.
Dan begint het einde te naderen. Ik zie al wat op tegen het houthakken. Zeker tegen het einde van een wedstrijd zorgt dat er nogal eens voor dat ik mijn armen helemaal opblaas en geen energie meer over heb voor de eindhindernis. Ik kom aan bij de stammetjes. Dat ziet er goed uit. Die zijn niet te dik. Ik zoek een dun en droog stammetje uit. Dat moet snel kunnen gaan met het hakken. Ik kom aan bij de hakplaats en 3 slagen later is de stam door. Dat heb ik nog nooit zo snel gedaan. Voor niks heb ik mij zorgen gemaakt over het houthakken.
Vlak voor de eindhindernis zie ik Theo weer. Die is natuurlijk al een tijdje geleden gefinisht. In de eindhindernis maak ik nog een foutje, waardoor de ik de bierfusten tweemaal moet doen. Buiten dat gaat de eindhindernis echter ook weer soepel.
Ik kom over de finish en ben een tevreden mens. Voor het eerst sinds lange tijd weer een survivalrun gelopen. Ik kan het nog.
Op naar het volgende seizoen.”