Door: Jaap.

Bij hindernis nummer vijfendertig van de zesendertig, een comibinatie apenhang, een verticaal net tussen balken onderlangs en apenhang, zat ik acht kilometer diep in de race. Ik dacht dat ik mijn bandje in moest leveren. Mijn armen zaten vol. Maar na bemoedigende woorden van een vrijwilliger en een minuutje rust heb ik die hindernis uitgespeeld. Er gaat niets boven Groningen.

Door puur toeval ben ik in het survivalrunnen gerold. Tijdens mijn studie in Uppsala, Zweden werd mij aangeraden te gaan kijken bij een training van de vereniging daar omdat ik hardliep in de sneeuw met korte broek en t-shirt. Daar is mijn enthousiasme voor survivalrunning begonnen. Saillant detail is daarom dat ik de sport in een survivalkolonie ben begonnen om vervolgens door te zetten in het geboorteland. RUIG is een fijne club om bij te sporten met veel liefhebbers, recreanten en ware atleten die gretig gebruik maken van een van de weinige mogelijkheden te trainen in Noord-Holland.

Met volgens mij voldoende trainingsuren en tips op zak vertrok ik zaterdag naar Groningen voor mijn tweede run ooit, de 8,5 km recreanten. Inderdaad, een dag van tevoren, want ik heb vijf jaar in Groningen gestudeerd en zou logeren bij vrienden, voor de gezelligheid. Ik stond dan ook met kleine oogjes aan de start. De enige andere RUIG-atleet aanwezig, Maarten, kon me hierin de hand schudden toen we elkaar tegenkwamen bij het aanmelden. Terwijl een zwak herfstzonnetje doorbrak stond ik klaar in de zandbak van de ACLO waar normaal gesproken een volleybalnet hangt. Gewaarschuwd voor de Groningse klei (dat loopt zwaar) voelde ik een fijne spanning. Ik heb zin in deze race. En presteren moet ik ook, want mijn toegewijde vriendin staat gewapend met telefoon, ov-fiets en paraplu klaar om me aan te moedigen en de race te documenteren.

Jaap in actie

Startschot. De derde hindernis gaf me een glimlach, want ik schoot drie keer zo snel als de anderen onder een net over de grond gespannen een door de modder glibberige dijk op. Die klei ligt me misschien wel… Na een paar swingovers, boogschieten en de zwaarste combi op plek tien begon me op te vallen dat de vrijwilligers de boel strak in de hand hadden maar tegelijk een gemoedelijke en familiaire sfeer aan de race meegaven. De zon scheen nog steeds en ik kwam aan bij mijn lievelingshindernis. De postmanwalk. Die heet zo omdat je een dun touw afloopt met een houvasttouwtje tussen je handen doorrollend in de vorm van een brievenbus. Een paar hindernissen verder kon mijn vriendin haar paraplu uitslaan, want de regen kwam met bakken uit de lucht. De aanmoedigingen verstomden echter niet. Een stukje kajakken was een leuke afwisseling, ook al nam je een halve sloot aan nieuwgeregend water mee in de kuip.

De touwen naar een dikke-balk swingover waren inmiddels spekglad en ik kon me met moeite omhoog worstelen door mijn shirt tussen mijn handen en het touw als gripmedium te gebruiken. Een absolute tweede handicap door de Groningse klei. Daartegenover staat dat de run naar menigeen mening goed opgebouwd was van licht naar zwaar. Op de hierboven beschreven één-na-laatste hindernis na ging alles me goed af en heb ik negentig procent van de tijd genoten. Het laatste stukje van de eindhindernis, armkracht van stijgbeugels, finishte ik met m’n vrije arm in de lucht gestoken. Een goed resultaat, mijn bandje gehouden en vooral plezier gehad. Ik kom volgend jaar zeker terug!