RUIG

Survivalrunvereniging Amsterdam

Run der runs: Beltrum. Sport der sporten: Survivalrun?

Door: Dominique.

Als je het mij vraagt is Beltrum de ultieme survivalrun. De run der runs. Een geweldige organisatie, rijke geschiedenis en de eerste run van elk nieuwe jaar. Beter dan een Nieuwjaarsduik en aan ijskoud water geen gebrek. Als je in Beltrum een survivalrun loopt, krijg je wat mij betreft een vrijbrief voor al je goede voornemens.

Sinds oktober train ik bij RUIG. En man-man-man, wat ben ik blij dat deze vereniging in Amsterdam het daglicht heeft gezien. Na Boerakker, Groningen, FitZeist en de ‘Rusty Monkeys’ had ik al enige ervaring met de sport, wat zich vertaalt naar sporadische trainingsperiodes met veel pieken en dalen. Op dit moment beleef ik een stijgende lijn, waardoor ik een weddenschap met mijn vader aanging: de halve run van Beltrum uitlopen met bandje. Halve? Maak daar maar rustig tweederde van. Veertien verdomde kilometers.

Van de zenuwen sliep ik een paar dagen voor de run al niet zo goed. Naast weinig slaap bereid ik me voor door een flink bord pasta te eten en één glas rode wijn te drinken. Op de dag zelf heb ik een minder gewenste gewoonte, namelijk om iets te vergeten. Uit ervaring met dit soort ‘calamiteiten’ zorg ik voor een halfuur extra speling, en deze zondag had ik inderdaad mijn thermoshirt niet ingepakt. Gelukkig kon ik bij de grote tent nog gauw eentje kopen. Snel warm lopen en richting de start, waar ik over het hek nog even een selfie maakte met een groepje RUIG atleten. Zij moesten later starten en ik nam me voor om ze zo lang mogelijk achter me te houden.

Pre-run selfie

Zodra het startsignaal klinkt laat ik alle spanning achter me. De run bouwt zich geleidelijk op met een paar korte hindernissen, wat swingovers en apenhangen. Terwijl de kilometers in mijn benen klimmen, vergeet ik elke gedachte die me nog verbindt met het dagelijks leven. Het kajakken gaat vlot, ik blijf droog maar moet daarna alsnog tot aan mijn middel in het water naar de overkant. Flauw, maar dit is niet voor niets de ‘strijd tegen de elementen’. Zonder mijn tenen te voelen ploeg ik door de blubberige akkers van de Achterhoek. Als ik in de verte de beroemde ‘Bok’ zie, hoog boven de rivier, voel ik mijn hart weer een tikje sneller slaan. Maar liefst drie keer mogen we eroverheen en onderdoor. Als Beltrum de run der runs is, dan is dit gevaarte de hindernis der hindernissen. Dat bewijst ook het aantal ‘aapjeskijkers’ op de brug. Ik focus op de wirwar aan touwen terwijl ik mijn best doe om niet naar beneden te kijken.

Dé Bok

Zo gaan de eerste zeven kilometer verrassend lekker. Ik voel nog geen kou (het nieuwe thermoshirt is een echte aanwinst) maar het slootje springen ben ik nu wel beu. In het bos kom ik Ruig-lid Paul tegen die mij inhaalt na zijn extra lus van de lange afstand. Volgens mij liep hij een groepsrun, maar Bastiaan en Carlos ontbreken. De één blijkt al een halfuur vooruit te zijn gegaan, de ander is ergens blijven steken. Tot zo ver de teamspirit, maar op de lange afstand is het wel verstandig om je eigen tempo aan te houden. Bij de boomstam-swingover, waar ik stomweg een stam heb gekozen zonder begeleidend touwtje, verdwijnt Paul weer uit mijn zicht.

Hier voel ik dat het koud begint te worden en ga toch iets sneller lopen. Of misschien ga ik niet sneller, maar lijkt het zo omdat rennen steeds meer moeite kost. Langzaam raak ik in een bekende roes en zonder besef van tijd weet ik dat de laatste hindernissen eraan komen. Ik beeld me alvast in dat ik me straks, inclusief bandje, in de hottub met Bio-tex kan laten zakken. Meteen roep ik mezelf intern tot de orde, want we zijn er nog lang niet, ook al zie ik de kerktoren van het dorp al boven de bomen uitsteken.

Inderdaad, ik ben er nog lang niet. na een Tarzanzwaai volgt er een gigantisch horizontaal net waar je vanonder uit het midden helemaal rondom moet klimmen. Ik probeer met huppelpasjes op de plaats ergens warmte vandaan te toveren. Niet te lang wachten, dan word ik alleen maar kouder. Ik ga ervoor, maar word verrast door de knoert van een boomstam waar je nog omheen moet klimmen om aan de bovenkant te komen. Ik kan net mijn arm eromheen slaan, maar terwijl ik het touw grijp begint die arm al te trillen van uitputting. Mijn linkerbeen slaat om de stam, een paniekerige kreet ontsnapt door mijn tanden die ik stijf op elkaar bijt en ik druk met een soort woestige uithaal mijn elleboog door de touwen, trek aan, en rol met een zucht van opluchting op het net. Ik was er bijna geweest. Als een half verdronken schaap werk ik me naar de andere kant van deze hindernis XL. Met mijn laatste restje armkracht klim ik terug naar het touw, via de zijkant van het net.

Even mijn handen warmen bij de vuurkorf. Ik stel me heel even voor dat mijn bandje in de vlammen opgaat. Tijd om weer op te stappen dus. Ik kies een mooi dun balkje, hak deze verderop doormidden en slinger – eigenlijk vrij op mijn gemak – door het laantje met een variatie aan swingovers. Daar achter doemt de eindhindernis op, te midden van roepende toeschouwers en opzwepende muziek, maar ik lijk even niets te horen. Ik ben in mijn eigen wereld, als Mario klop ik aan bij het kasteel van de eindbaas. De poort is een soort pakladder van houten klompen, waar ik mijn focus verlies en deze opnieuw moet doen. Met te weinig grip in mijn handen glij ik twee keer uit het allerlaatste touw terwijl ik alleen nog maar een willekeurig lichaamsdeel over de hoge balk hoef te gooien. Dit is mijn breekpunt, natuurlijk vastgelegd door doorgewinterde survivalfotograaf Bennie Slagers.

Laatste meters

Nog een keer. Ik schud mezelf door elkaar, loop rondjes lang de zijlijn en probeer mijn tranen te bedwingen. Mijn vader staat achter het hek, hij hoeft niets te zeggen. Ik weet wat hij denkt en hij ziet precies wat zich in mijn hoofd afspeelt. Hij wrijft even over mijn onderarmen terwijl ik naar de andere lopers kijk, die zich door de laatste touwen heen werken.

Niet te lang stilstaan, de vrieskou wint steeds meer terrein. Ik stap terug op de balk en voel een soort oerkracht naar boven komen terwijl ik het eerste touw met twee handen vastpak. Ik spring erin en zwaai mezelf bam-bam-bam-bam-bam door naar het laatste touw, gooi mijn oksel over de balk, grijp het net en trek mijn bovenlichaam naar voren. Dan ook maar gelijk door, over het verticale net. Mijn vader roept iets als ik over de hoogste balk heen schuif. Ik stop, kijk naar beneden en zie hem grijnzen. Ik grijns als een debiel terug. Een laatste koprol naar beneden, en met één klap op de bel zijn drie uur en dertien minuten verleden tijd. Dan toch een paar tranen van ontlading. Je kan altijd meer dan je denkt. Survivalrun is misschien wel de sport der sporten.

Grijnzend als een debiel over het laatste net!

Afgelasting training 11/12

Survivalrun de ‘Strijd tegen de elementen’ maar vandaag even geen strijd.

De training van vanavond vervalt! Het sportpark zal vanavond gesloten zijn er is dus geen verlichting om te trainen. Tevens zijn de voetpaden onbegaanbaar.

Komende woensdag ben je weer van harte welkom.

Groningse klei vs. Jaap.

Door: Jaap.

Bij hindernis nummer vijfendertig van de zesendertig, een comibinatie apenhang, een verticaal net tussen balken onderlangs en apenhang, zat ik acht kilometer diep in de race. Ik dacht dat ik mijn bandje in moest leveren. Mijn armen zaten vol. Maar na bemoedigende woorden van een vrijwilliger en een minuutje rust heb ik die hindernis uitgespeeld. Er gaat niets boven Groningen.

Door puur toeval ben ik in het survivalrunnen gerold. Tijdens mijn studie in Uppsala, Zweden werd mij aangeraden te gaan kijken bij een training van de vereniging daar omdat ik hardliep in de sneeuw met korte broek en t-shirt. Daar is mijn enthousiasme voor survivalrunning begonnen. Saillant detail is daarom dat ik de sport in een survivalkolonie ben begonnen om vervolgens door te zetten in het geboorteland. RUIG is een fijne club om bij te sporten met veel liefhebbers, recreanten en ware atleten die gretig gebruik maken van een van de weinige mogelijkheden te trainen in Noord-Holland.

Met volgens mij voldoende trainingsuren en tips op zak vertrok ik zaterdag naar Groningen voor mijn tweede run ooit, de 8,5 km recreanten. Inderdaad, een dag van tevoren, want ik heb vijf jaar in Groningen gestudeerd en zou logeren bij vrienden, voor de gezelligheid. Ik stond dan ook met kleine oogjes aan de start. De enige andere RUIG-atleet aanwezig, Maarten, kon me hierin de hand schudden toen we elkaar tegenkwamen bij het aanmelden. Terwijl een zwak herfstzonnetje doorbrak stond ik klaar in de zandbak van de ACLO waar normaal gesproken een volleybalnet hangt. Gewaarschuwd voor de Groningse klei (dat loopt zwaar) voelde ik een fijne spanning. Ik heb zin in deze race. En presteren moet ik ook, want mijn toegewijde vriendin staat gewapend met telefoon, ov-fiets en paraplu klaar om me aan te moedigen en de race te documenteren.

Jaap in actie

Startschot. De derde hindernis gaf me een glimlach, want ik schoot drie keer zo snel als de anderen onder een net over de grond gespannen een door de modder glibberige dijk op. Die klei ligt me misschien wel… Na een paar swingovers, boogschieten en de zwaarste combi op plek tien begon me op te vallen dat de vrijwilligers de boel strak in de hand hadden maar tegelijk een gemoedelijke en familiaire sfeer aan de race meegaven. De zon scheen nog steeds en ik kwam aan bij mijn lievelingshindernis. De postmanwalk. Die heet zo omdat je een dun touw afloopt met een houvasttouwtje tussen je handen doorrollend in de vorm van een brievenbus. Een paar hindernissen verder kon mijn vriendin haar paraplu uitslaan, want de regen kwam met bakken uit de lucht. De aanmoedigingen verstomden echter niet. Een stukje kajakken was een leuke afwisseling, ook al nam je een halve sloot aan nieuwgeregend water mee in de kuip.

De touwen naar een dikke-balk swingover waren inmiddels spekglad en ik kon me met moeite omhoog worstelen door mijn shirt tussen mijn handen en het touw als gripmedium te gebruiken. Een absolute tweede handicap door de Groningse klei. Daartegenover staat dat de run naar menigeen mening goed opgebouwd was van licht naar zwaar. Op de hierboven beschreven één-na-laatste hindernis na ging alles me goed af en heb ik negentig procent van de tijd genoten. Het laatste stukje van de eindhindernis, armkracht van stijgbeugels, finishte ik met m’n vrije arm in de lucht gestoken. Een goed resultaat, mijn bandje gehouden en vooral plezier gehad. Ik kom volgend jaar zeker terug!

 

 

Jeroen zijn eerste survivalrun!

Door: Jeroen

Mijn eerste survivalrun: 6 kilometer voor de beginners bij Stormrun

Met als achtergrond dat ik een enthousiast en ervaren deelnemer bij obstacle runs ben, was ik al langzaamaan geïnteresseerd geraakt in survivalrun. Survivalrun is een sport die met name in het oosten van het land veel beoefend wordt en waar veel overeenkomsten zijn met obstacle runs. Door de meer “technische” obstakels, wordt het als moeilijker gezien. De top-lopers in obstacle running trainen regelmatig survivalrun technieken en hebben hier zichtbaar baat bij.

Via Facebook zag ik dat één van mijn maatjes van Team Up40 (Jeroen Pasman) deel ging nemen aan een survivalrun beginners cursus waar de basistechnieken zouden worden aangeleerd. Hij ging dit doen bij survivalvereniging “RUIG”, een nieuwe vereniging die blijkt te trainen op zo’n 10 minuten afstand van waar ik woon (!)

Ik ben op een van de avonden dat hij trainde even langs geweest om te kijken en zag een indrukwekkende baan, met een wirwar van touwen en balken en een enthousiaste en kundige trainer. Dat hier wat te leren viel, was mij meteen duidelijk en ik heb mij dan direct ook aangemeld voor de volgende geplande beginnerscursus. Vanaf eind maart heb ik vervolgens 4 trainingen gevolgd en was erg onder de indruk van wat ik in die korte tijd leerde.

Door een overlopende agenda kon ik pas in september écht beginnen met trainingen en heb mezelf direct maar wat uitdagingen op survivalrun gebied opgelegd, waarvan de eerste de Stormrun zou zijn. De inschrijfkosten van € 15,- hoefde ik het niet voor te laten en doordat ik via RUIG al automatisch lid was geworden van de Survivalbond ging de inschrijving echt super makkelijk.

Als beginner (5 trainingen vanaf september) heb ik me ingeschreven voor de makkelijkste categorie: 6 km recreatief. Hulp bij obstakels is in deze categorie toegestaan en de écht moeilijke obstakels mogen aangepast gedaan worden en een aantal zelfs overgeslagen.

Mijn voorbereiding voor de Stormrun was niet veel anders dan voor een obstacle run: Ik heb me verdiept in het parcours en de volgorde van de obstakels. Ook mijn tas had nagenoeg dezelfde inhoud als normaliter voor een obstacle run. (Alleen deze keer een lange tight in plaats van een korte broek)

Om 11:00 vertrek ik relaxed richting Deest (nabij Nijmegen), ik heb alle tijd, aangezien ik pas tegen half twee moet starten. De andere deelnemers van RUIG, moeten véél vroeger starten dan ik, dus dan maar alleen die kant op.

Ophalen van shirt en bandje gaat soepel en snel op basis van het mij vooraf gezonden startnummer. Vervolgens het start-finish terrein op, waar ik mede-uppie en tevens fanatiek survivalrunner Robert Brouwer tegen kom. Even later tref ik ook Pim van RUIG die net gefinisht was en me enthousiast over zijn run verteld. Hij legt me ook wat uit over de verschillende klassen die hier deelnemen en we wachten op Margreet die niet ver achter hem zou moeten zitten. Al snel zien we haar verschijnen en ze vliegt door het eind-obstakel. Wat een bikkel!

Bij de finish krijgt ze tot haar verrassing te horen dat ze voorlopig derde staat! Bij survivalruns start je kort achter elkaar in kleine startgroepen, in een startgroep die later gestart is, kan dus toch nog een snellere loper zitten. Nog even afwachten dus of ze daadwerkelijk deze plek behoudt.

Mijn starttijd nadert en ik besluit me om te kleden en m’n tas in te leveren. Tijdens mijn warming-up daarna zie ik Margreet op het podium de derde prijs in ontvangst nemen. Wat een mooi resultaat! Het begint wat te spetteren en dat is het moment waarop ik naar het startvak moet. In het startvak staan we met wat dames en heren te schuilen in een tentje.

We mogen vertrekken en kort na de start moeten we een klein rondje lopen met wat bakstenen gevolgd door een reeks balken waar we overheen moeten door een kleiige greppel. Niks lastigs tot nu toe dus. Op één snelle loper na die ik echt niet bij kan houden, loop ik behoorlijk uit op de groep waar ik mee gestart ben.

Volgende obstakel is de “Spaanse ruiter” en ik moet even wachten tot het obstakel vrij is, omdat ik hier inmiddels de eerste achterblijvers van de voorgaande startgroep tref. Het is mij duidelijk dat er zeer verschillende niveaus aan deelnemers in deze categorie meedoen. Met veel vereende krachten worden er wat deelnemers over dit obstakel “getild”. Bij de trainingen vind ik de “Spaanse ruiter” altijd een lastig obstakel, maar ik kom er nu toch best goed overheen. Hier achteraan komen wat makkelijke obstakels. Banden-lianen, in- en uit een container klimmen en een schuine wand.

Dan volgt de kraan hindernis. Deze is niet voor de zes kilometer verplicht. Ik overweeg of ik hem tóch ga proberen, maar besluit dat ik me vasthoud aan mijn plan om “voorzichtig” kennis te maken met survivalrun. Nu al mijn armen in de verzuring helpen, zou me niet helpen gedurende de verdere run, dus ik vervolg mijn weg. Er volgen verdeeld over het traject een paar verschillende swingovers die ik zonder problemen neem. Dan 3 obstakels direct na elkaar. Een swingover, een muur en een stijgerbuis swingover. Ook deze passeer ik allemaal redelijk soepel achter elkaar en dat geeft me uiteraard een goed gevoel.

Na een ruime 3 kilometer en ongeveer een half uur onderweg te zijn, volgt er iets compleet nieuws voor mij: pijl en boog schieten. Indien je mist, moet je daar een “strafrondje” lopen met bakstenen. De vrijwilliger legt me uit hoe je de pijl op de boog moet aanleggen en ik schiet foutloos in het bord. Top! Hierna volgt een korte combinatie van apenhang naar lianen die goed te doen is.

Bij de verversingspost, neem ik een stukje banaan aan en pak wat gereed staande limonade.

Er volgt een uitgebreidere en lastigere combinatie met een behoorlijke wachtrij. Via staplussen door naar hangende balken die onderlangs gepasseerd moeten worden, dan direct over naar lianen uitkomend op een pallet, waar even kort gerust kan worden om verder te gaan in wederom een deel lianen tot aftik tegen een hangende pallet. Ik merk dat mijn armen nu wel behoorlijk verzuurd zijn en probeer tijdens het stuk lopen wat volgt met schudden de verzuring er uit te krijgen.

Bij de volgende swingovers lijkt het er op dat m’n krachten verspeeld zijn. Ik slaag er ook niet in om nog een voetklem te zetten die goed genoeg is om het laatste zetje over de balk te komen. Telkens glijd ik langs het touw naar beneden. Enigszins gefrustreerd accepteer ik het aanbod tot een zetje van een andere loper om over de balk te komen. Dit herhaalt zich bij nog een tweetal swingovers en ik verleen de dienst terug aan de ander.

Ik besluit maar een gelletje te nemen, om het laatste stukje weer een beetje energie te krijgen. We passeren een grappig obstakel: door appelkisten ingenieus te stapelen, is er een kruip-/klimdoorgang gecreëerd. Leuk gedaan en passend bij de streek (de Betuwe) waar de run plaatsvind. Nog even een band slepen en dan richting het eindspel. Waar ik in zicht van het eindobstakel nog twee swingovers moet doen. Ik passeer deze nu redelijk probleemloos. Het gelletje lijkt dus te helpen!

De eindcombi volgt. Ik heb hier, gedurende het wachten op mijn start, al een aantal deelnemers hun bandje zien inleveren. Het begint met een reeks lianen, gevold door staplussen (de 6 km categorie hoeft niet bovenlangs de balken en dat bespaard een hoop energie), daarna een pakladder. Ik ga er gecontroleerd doorheen en ben in feite klaar. De andere categorieën moesten tot slot ook nog een reeks verticale palen en ik besluit deze ook te proberen. Waar het bij de trainingen niet lukt, ga ik nu gecontroleerd langs de palen. Wat een super kick dat ik die nu gewoon haal! Nog even de bel aantikken, mijn bandje tonen en de “race” zit er op.

Uiteindelijk heb ik over de 6 kilometer, 1 uur 24 minuten en 24 seconden gedaan. Dat is een stuk trager dan ik normaliter over een obstacle run doe (dan loop ik eigenlijk altijd onder de 10 minuten per kilometer). Ik heb ook best veel tijd verloren bij de wachtrij voor de combihindernis en wat zitten knoeien bij de eerste swingovers daaropvolgend. Maar verder redelijk door kunnen lopen en hindernissen in een voor mij acceptabel tempo gepasseerd.

Mijn doel was om niet als laatste te finishen in de categorie. Uiteindelijk ben ik 23-e geworden van de 86 mannelijke deelnemers en dat zegt waarschijnlijk meer over het gemiddelde niveau wat in deze categorie meedeed, dan over mijn prestatie 😉

Met bandje!

In elk geval heb ik mezelf op een aantal onderdelen positief verrast, veel plezier gehad en een indruk gekregen waar de belangrijkste verbeterpunten liggen. Op naar de volgende survivalrun!

 

“Sta eens om 03:30 op”

Door: Maarten

Ik hang op de kop in een touw en ben net van plan om mijn onderarmen wat rust te gunnen. Ik draai mezelf van apenhang naar catcrawl en precies op dat moment hoor ik achter mij: “Kom op Maarten, je kan het!” Met moeite draai ik mezelf op het touw en zie een lachende Margreet. Al zwaaiend roept ze vervolgens: “En nu door, je kan het!” Op dat moment krijg ik een glimlach van oor tot oor en roep snel: “Ik heb mijn bandje nog!”  “Ik ook!” roept ze terug en laat haar bandje zien. Dan klim ik verder, het laatste stuk apenhangend naar de balk en ren daarna over de lange boerenweg naar hindernis 16….

Maarten voor het afzien.

In mijn gedachten naar een paar uur eerder…. Midden in de nacht kregen we in de groepsapp een bericht dat Margreet zich had verslapen en iets later zou zijn. Zelfs de paarden had ze al naar het weiland gebracht. Gelukkig wist Jochem snel te antwoorden dat het nog maar 03:30 uur ’s nachts was en dat ze snel terug haar nest in moest. Pas toen kreeg Margreet door dat ze niet goed op de klok had gekeken en zich helemaal niet had verslapen…ze was er in ieder geval op tijd bij.

Aangekomen bij de volgende hindernis, waar je drie verschillende swingovers moest maken, stond ik voor een korte touw swingover te bedenken hoe ik dat toch in vredesnaam moest gaan aanpakken. “Deze had ik nog niet eerder gedaan en dit is allemaal op armkracht, dat gaat mij nooit lukken.” Niet bepaald helpende gedachten zou je kunnen zeggen. Toen kwam Margreet weer aangerend en in mijn ooghoek maakte ze de eerste van de drie swingovers. Ik bleef verbaasd naar het korte touw kijken en hoopte stiekem dat hij langzaam wat langer werd. Met een paar vlugge voetklemmen maakte Margreet haar drie swingovers en kwam toen naast mij staan. “Als je inspringt met je linkerhand, kun je jezelf wat optrekken en kunnen je voeten bij het touw”, zei ze. Precies de tip die ik nodig had, want met een felle sprong zorgde ik ervoor dat mijn voetklem precies op het uiterste puntje van het touw terecht kwam. Daarna kon ik gemakkelijk over de balk klimmen en veilig mijn welverdiende high-five van de jury in ontvangst nemen!

Op naar hindernis 17. Samen met Margreet liep ik door het weiland en vroeg haar nogmaals hoe het toch kwam dat ze al om 03:30 uur in de auto zat! We kwamen tot de conclusie dat het net zo absurd was als mijn verkeerde afslag! Want op de reis van Amsterdam naar Udenhout, maakte ik de fout dat ik mijn dagelijkse woon-werk route had aangehouden. Gelukkig dat opnieuw Jochem oplettend bleek te zijn en konden we na de Schipholtunnel weer keren om toch echt Utrecht aan te houden. Zowel Margreet als ik hadden kennelijk de nodige wedstrijdspanning gehad en waren de dag wat vreemd begonnen!

Tarzan…correctie: Maarten. Fotograaf: Hanneke van Iersel.

Na de volgende apenhang liet ik Margreet haar eigen tempo klimmen en sukkelde ik achter haar aan. Wel met de goede spirit en motivatie en hoe verder ik kwam, hoe beter het werd. Ik haalde alle combi’s in een keer en ging met gemak over de meeste hindernissen. Ik kon een redelijk tempo vasthouden en voelde mij super. Totdat ik bij de mega lange apenhang kwam, hindernis 31. Daar pakte ik even wat rust voordat ik aan het lange eind begon. Van de jury kreeg ik te horen dat er geen catcrawl geklommen mocht worden, afzien dus! De volledige lengte van de apenhang haalde ik. Maar daar was ook alles mee gezegd. Het was puur op karakter en niet meer op souplesse en techniek. Het uitklimtouw wilde ik vastpakken maar ik voelde dat ik geen knijpkracht meer had. Totaal verzuurd viel ik op de grond, gelukkig in de drassige drek. Ik kon gelukkig zonder pijn opstaan en mijn weg vervolgen, wel met totaal verzuurde onderarmen.

Bij de volgende hindernis, “de beukenbos combi” volgde mijn Waterloo. Daar probeerde ik tevergeefs om eerst door de de hangende autobanden te lopen en daarna onder het net door te klimmen. Vlak voor het einde merkte ik dat het niet meer ging, de pap was op! Vol trots liet ik mijn bandje door knippen en ging ik op weg naar de volgende combi op de Kasteellaan! Wat gaaf om van afstand opnieuw te horen dat je wordt aangemoedigd! Jochem heeft mij daar door de combi gecoacht en ik merkte dat er met een beetje support, nog best veel energie uit je lichaam valt te halen! Nu op naar de finish, de laatste combi van de dag! Daar stonden Margreet, Jelle en Jochem mij opnieuw op te wachten. De gevreesde Spaanse ruiter heb ik aangevallen als een beest en ik kwam voor mijn gevoel best snel boven. Hierna de triangels boven de waterbak. Onder een pallet door klimmen en dan aan de bel hangen! Helaas, daar moest ik tot twee keer toe zwemmen.

Toch ben ik super trots op mijzelf omdat ik mijn persoonlijke doelstellingen had behaald!

  • Plezier beleven;
  • Blessurevrij blijven & finishen;
  • Technisch goed klimmen en als training beschouwen;
  • Drie combi’s te halen & klimtechnieken van anderen bekijken.

Ik heb heel veel plezier gehad en genoten van de run. Met de RUIG-leden als support hebben we er samen een mooie dag van gemaakt. Ik zeg de volgende keer allemaal de wekker zetten en om 03:30 uur opstaan! Want het heeft Margreet magische krachten gegeven zo bleek achteraf! Fantastisch resultaat van haar, gefeliciteerd!

Groetjes en tot snel bij de training of run! Zet je wekker vroeg 🙂

Maarten

RUIG Try-Out

Altijd al een keer kennis willen maken met survivalrun? Dit is het moment!
Op 28 oktober organiseert RUIG een try-out. Tijdens een toegankelijke training krijg jij de kans kennis te maken met survivalrun. Wil je er graag bij zijn? Meld je aan via het inschrijfformulier.

Details:

Locatie: Sportpark de Eendracht ingang bok 4;
Tijd: 14.00 – 16.00;
Kosten: gratis!

 

 

Afzien of toezien in Harreveld

Door: Ruud.

“Al bijna twee jaar hobbel ik van blessure naar blessure. Terwijl ik daarvoor van hindernis naar hindernis snelde. Ik doe al jaren mee in het circuit voor de lange survivalruns. Ik deed altijd zoveel mogelijk runs, ik sloeg er bijna nooit één over. Nu is mijn laatste run 8 maanden geleden en die heb ik niet eens uitgelopen. Het wordt tijd voor verandering.
Voor die verandering heb ik Harreveld uitgekozen. Normaal altijd wel een wedstrijd die mij goed ligt. Dit jaar is in Harreveld het Open Nederlands Kampioenschap lange survivalrun. Een extra groot deelnemersveld en een extra uitdagende wedstrijd. Vooral bijzonder dit jaar is dat er geen hindernissen tweemaal gedaan hoeven te worden. Bij veel lange survivalruns moet je een deel van het parcours tweemaal doen. Dat scheelt de wedstrijdorganisatie natuurlijk aanzienlijk: minder hindernissen bouwen, minder vrijwilligers nodig. Niet dit jaar dus in Harreveld. Eén lange ronde van 21 kilometer. Ik heb eigenlijk nog niet genoeg kilometers in de benen na mijn vorige blessure. Ik ben nog niet verder gekomen dan 6 kilometer. De survivalrun trekt echter aan me en ik ga ervoor.
Op de dag zelf is het erg heet. Ik moet vroeg starten. Dat scheelt weer wat met de hitte. Ik zit in dezelfde startgroep als Jelle en Theo. Ik zal het vandaag rustug aan doen en Jelle en Theo zijn al snel na de start uit het zicht. De wedstrijd gaat goed. Zeker de hindernissen gaan soepel. Die ben ik blijven trainen de afgelopen tijd – ondanks mijn loopblessures.
Halverwege moet je met twee bakstenen een lang stuk door een aardappelveld rennen. Ik hou het voor deze keer bij wandelen. Ik blijf voorzichtig.
Maar daarna komen de hindernissen weer: korte lianen, korte touwtjes, spaanse ruiters, combinaties – het gaat allemaal soepel. Gelukking zijn er in het parcours twee waterbakken gemaakt waar je even af kunt koelen. De hitte begint ondertussen wel toe te slaan.
Op drie kwart begint het echt druk te worden. De recreanten voor de 14 kilometer zitten nu ook op het parcours. Die hebben duidelijk meer moeite om over de hindernissen te komen. Bij de hindernissen ontstaan lange wachtrijen. Gelukkig mag ik daar als wedstrijdloper langsheen en heb ik voorrang.
Dan begint het einde te naderen. Ik zie al wat op tegen het houthakken. Zeker tegen het einde van een wedstrijd zorgt dat er nogal eens voor dat ik mijn armen helemaal opblaas en geen energie meer over heb voor de eindhindernis. Ik kom aan bij de stammetjes. Dat ziet er goed uit. Die zijn niet te dik. Ik zoek een dun en droog stammetje uit. Dat moet snel kunnen gaan met het hakken. Ik kom aan bij de hakplaats en 3 slagen later is de stam door. Dat heb ik nog nooit zo snel gedaan. Voor niks heb ik mij zorgen gemaakt over het houthakken.
Vlak voor de eindhindernis zie ik Theo weer. Die is natuurlijk al een tijdje geleden gefinisht. In de eindhindernis maak ik nog een foutje, waardoor de ik de bierfusten tweemaal moet doen. Buiten dat gaat de eindhindernis echter ook weer soepel.
Ik kom over de finish en ben een tevreden mens. Voor het eerst sinds lange tijd weer een survivalrun gelopen. Ik kan het nog.
Op naar het volgende seizoen.”

Pannenkoeken met spek, Snelle Jelles en stroopwafels.

Door: Kris.

Zondag 4 juni 2017, de dag van de battle der titanen: De Gebroeders Laan vs. Team Vergane Glorie.

Koen en ik hadden ons al op tijd opgegeven voor deze prachtige run. Na een kort overleg besloten we ons toch maar op te geven voor de 12 km recreanten koppelrun, onder het mom van: niet te hard van stapel lopen. Tot onze grote schrik zagen we een paar weken later op Facebook dat Kreuk & Coppers zich hadden opgegeven voor de 12 km wedstrijd koppelrun. Wederom was het besluit na kort overleg genomen: we zouden de organisatie mailen dat we toch de wedstrijd wilden lopen. Dat was gelukkig geen probleem en zo was er een ware RUIG titanenstrijd geboren.

L: Koppel Vergane Glorie. R: Gebroeders Laan.

Waar 75% van het viertal als voorbereiding voor de wedstrijd een avondje op de bank had, besloot 25% van het gezelschap een interessant onderzoek uit te voeren met de volgende onderzoeksvraag: wat is het effect van een dagje Flying Dutch op mijn survivalrun prestatie? Coppers stelde hiervoor wel strenge eisen aan zichzelf, er zou namelijk geen druppel alcohol genuttigd worden. Waar Koen en ik ons al rijk rekenden, had Kreuk nog het volste vertrouwen in zijn pupil en in een overwinning.

Stipt 08.30 uur stonden we voor de deur bij Coppers en wonder boven wonder stapte hij fris en fruitig de Opel van Kreuk in. Vervolgens trok hij zijn tas open en toen bleek dat het kamp Kreuk & Coppers het toch wel erg serieus nam. De nodige koolhydraten in de vorm van pannenkoeken en bananen kwamen uit de tas. Tekenend voor de titanenstrijd was dat dit alleen binnen het team gedeeld werd, Koen en ik konden wel fluiten naar een lekker hapje. Gelukkig hadden ook wij ons gedegen voorbereid: de pannenkoeken met spek, Snelle Jelles en stroopwafels verspreidden een energieke lucht in de auto. We boden nog wat van ons proviand aan, maar met name Coppers vertrouwde ons niet.

Om 10.21 zouden wij van start gaan en om 10.24 Kreuk en Coppers. Ons doel was om ons vooral niet te laten opjagen, maar aan de andere kant wilden we het gat van drie minuten toch wel behouden: kortom, we hadden geen tactiek. De run verliep voorspoedig met een paar leuke hindernissen om mee warm te draaien: een korte combi in de vorm van een kraanhindernis boven het water, netje onder langs boven het water en een apenhang met ton. Met name de omgeving waar de run doorheen liep, was fenomenaal: een en al mooie natuur. Na een rondje kanoën op het kanaal werden we echter even wakker geschud: Team Vergane Glorie kwam aan sprinten. Hier hadden we niet op gerekend. Tijdens het uitstappen hoorde we Coppers nog schreeuwen: “Dit zijn geen vier minuten mannen Laan!”. Helaas kon hij daar nog wel eens gelijk in hebben. Tegelijkertijd zorgde hij er hiermee wel voor dat de adrenaline onze oren uitspoot.

Naarmate de run vorderde, kwamen we langs een aantal hindernissen waar we heel wat koppels achter ons hebben gelaten: een verticale (natte) balk zonder touw, een lange postmanswalk en (natte) triangels (10-15 stuks). We vlogen er doorheen en begonnen vertrouwen in een eindoverwinning te krijgen. Van onze ‘concurrenten’ was sinds de kanotocht ook geen spoor meer te bekennen. Kilometer na kilometer genoten we nog steeds van de mooie natuur die Vlaardingen ons te bieden had.

Richting het einde begon echter met name mijn persoon wat last te krijgen van verzuringsverschijnselen in de onderarmen. Dit kwam nog eens tot uiting toen we bij een apenhang in een verticaal touw naar beneden moesten, een bel moesten aantikken, weer omhoog moesten klimmen en verder moesten apenhangen. Stiekem begon ik de hindernissen die nog komen gingen wat te vrezen. Ik begon wat vaker over mijn schouder te kijken, maar nog steeds geen spoor van Kreuk en Coppers.

Toch overleefde ik alle hindernissen richting het eindonderdeel in één keer en bespaarde ik armkracht. Het hakken liet ik grotendeels aan mijn koppelgenoot over, hij is toch de oudere van de twee en had nog het meeste kracht over. Nadat we de balk vakkundig in tweeën hadden geknald, maakten we ons op voor het eindonderdeel: monkeybars, slappe lus, stukje rust en tot slot apenhang onder een verticale plaat door. Bij dit laatste stuk sloeg het noodlot toe: bij het omhoog komen onder de plaat vandaan kwam ik de man met de hamer tegen: verzuring. Koen vloog er gelukkig wel doorheen. Maar Koen en ik wisten wat mij betreft gelijk: niet te snel een tweede keer proberen, genoeg tijd nemen. Nadat we daar een paar minuten stonden, kregen we echter een flinke hartverzakking: daar kwamen Kreuk en Coppers.. We konden niet meteen zien of ze hun bandjes nog om hadden, dus ontstond er een dilemma: toch snel een tweede keer proberen of hopen dat één van de mannen geen bandje meer had. We kozen voor de tweede optie en die pakte uitermate goed uit: Coppers was zijn bandje verloren. Kreuk vloog langs me heen en schoot als een pijl uit een boog door het onderdeel. Coppers had echter net als ik ook enige tijd nodig. Na een minuut of 10 daar gewacht te hebben, besloot ik het er op te wagen. Bij het omhoog komen onder de plaat vandaan, voelde ik het al: ik zou het gaan redden. En jahoor, een oorverdovend gejuich steeg op uit de menigte die zich om ons heen verzameld had: ik tikte het laatste touw aan. We schoten door naar de bel en wisten het: de RUIG-battle was in ons voordeel beslist.

 

RUIG Goes Delft

Door: Ewout.

Afgelopen zaterdag werd voor het 5e maal de Survivalstrijd georganiseerd door Slopend Delf. Bart en ik (Ewout) zijn beide nog vers in de survivalrunsport en lid bij RUIG vanaf begin dit jaar. Maar met optimisme en fiks fantastisme hadden wij ons ingeschreven voor de 9 kilometer run. Niet alleen 9 kilometer maar ook nog eens 45 hindernissen stonden ons te wachten.

We hadden dan ook niet de verwachting dat we deze 45 hindernissen ongeschonden door zouden komen. De korte touwtjes blijven nog een uitdaging tijdens de trainingen en de combi’s werden gevreesd.

We vertrokken vol goede moed richting Delft en kwamen terecht in een andere setting als de runs die we hiervoor hebben gelopen. Hier geen pittoreske dorpskern en oost Nederlandse tongval bij het woord “colaaa”.

Nee; te midden van de campus van de Technische Universiteit ging de strijd beginnen. Lopen tussen Universiteitsgebouwen en zelfs een reactor koepel.

De race begon rustig, banden swingover en kruipnetje….Maar al vrij snel het eerste water. Wat fantastisch voelde; verkoeling. Daarna begon de strijd pas echt! Staplussen, lianen en een apenhang waar in het midden een ton was opgehangen. In survivalrun stijl; alles boven water.

Bart en ik genoten met volle teugen. Het is een heel erg leuke omgeving om eens een run te lopen. Maar wat me ook erg opviel, Jochem had het al gezegd (en die heeft ervoor geleerd), deze run is mooi gebalanceerd. Ik moet Slopend echt een compliment maken. Er lijkt heel bewust nagedacht over de opbouw van de race, maar ook welke spiergroepen wanneer aan te pakken.

Mooi voorbeeld is dat na de lianen/apenhang met ton de armen leeg zijn. Dan een loop stuk, voor het herstel van de spieren. Dan gooien ze heel slim een net op de grond (haalt je uit je loop ritme) en direct erna een sprint over pallets om het hartritme wat omhoog te halen. Leuk de uitdaging blijft daardoor erin. Je kunt als parcoursbouwer natuurlijk iedereen kapot krijgen, dat is niet moeilijk. Maar een parcours bouwen waarbij je stuk gaat, maar net niet genoeg om moedeloos te worden is een kunst. Chapeau.

Helaas waren de pallets mij niet te vriend en ging ik onderuit op de natte pallets. En kreeg ik mijn hand tussen 2 pallets. #blauwe hand #blauwe vinger.

Eigenlijk ging de rest van de run erg goed. Leuke hindernis was ook de losse lianen. Lianen die je zelf op moet ophangen. Heel leuke hindernis maar helaas wel heel, HEUUULLL lang wachten. Denk dat we er wel ruim 10 minuten hebben gestaan. Gelukkig was het lekker weer.

Korte touw swingover lukte! Korte touwtjes lukte ook. We begonnen daadwerkelijk te denken dat we het misschien wel gingen redden…….Tot…..Tot de verschrikkelijke bos combi.

  • Apenhang
  • schipperslag onder bord door
  • Apenhang, over de balk in het net.
  • Vanuit het net een swingover.
  • Dan apenhang, balk over.
  • Schuine touw, onder balk door, schuin touw omhoog balk over
  • Losse lus en balk over

Een leuke maar pittige combi, ik heb de combi 4 keer geprobeerd….. maar de allerlaatste balk…. Ik kwam er niet overheen. De bezemlopers waren geduldig op mijn gespartel aan het wachten. Super leuke mannen…. Maar het mocht niet baten. De armen waren vol met zuur en ze werden niet snel genoeg weer armen waar ik iets mee kon. Met een knak van mijn ego heb ik aan de dame bij de hindernis mijn bandje afgestaan. Nog slechts 5 hindernissen van verwijderd van de finish sneuvelde ik. Maar ach… wat een mooie run. Ging al vele malen beter dan alle voorgaande. Dus ik heb genoten.

Volgend jaar kop ik m in! Ewout.

Oldenzaal: water, hottubs en armbandjes.

Door: Remco.

7 mei 2017. Op weg naar de Outdoor Challenge run in Oldenzaal. Een run die zich typeert een prachtige omgeving waarin je loopt, met een leuke afwisseling tussen ‘natte’ en ‘droge’ hindernissen.

Vier jaar geleden zijn we hier met een groep vrienden voor het eerst van start gegaan en liepen toen de familierun, die voor een aantal al erg pittig bleek te zijn. Maar dit was geen reden om niet weder te keren in Oldenzaal! De laatste twee jaar liepen we hier met minimaal twee groepen de groepsrun (vier man per team), ook dit jaar hadden we ons weer ingeschreven.

Om half één mochten we van start. Het doel was om met twee teams samen te lopen en er vooral een leuke run van te maken waarbij snelheid van ondergeschikt belang zou zijn aan gezelligheid. Het  ‘knalluh’ en ‘vlammen’ was dit seizoen al in eerdere runs gedaan dus vooral genieten was het motto. Dat moet lukken!

De eerste hindernissen werden snel en vakkundig genomen mede door de goede voorbereidingen qua training. Helaas waren na 20 hindernissen al enkele bandjes ingeleverd, maar dat mocht de pret niet drukken want het weer was lekker en de sfeer uitmuntend! Na ongeveer acht kilometer afgelegd te hebben moesten we door een sloot lopen waar geen einde aan leek te komen en waar de gedachten van menigeen al afdwaalden naar de hottubs die bij de finish op ons stonden te wachten. We moesten echter nog een flink stuk en een aantal wilden graag met bandje de finish halen, dus de scherpte moest bewaard blijven.

Aangekomen bij de twee bruggen werd duidelijk dat we vandaag toch verder dan onze middel het water in moesten. Een enkeling besloot de brug te gebruiken waar hij voor gemaakt is maar de meesten gingen toch een poging wagen en kwamen na pakladders/staplus met een flinke plons in het water terecht. De ‘droge mensen’ kwamen echter niet onder een nat pak uit want bij de volgende brug moest worden gezwommen.  Op naar hindernis 51: de gevreesde swingovers uit het water. Met nog drie bandjes in ons bezit en de sterke wil om deze te behouden begonnen we aan de hindernis. Helaas hadden de voorgaande hindernissen dusdanig hun tol geëist waardoor er hier nog twee bandjes sneuvelden. De eindhindernis leverde echter geen problemen op. Uitgeput maar vol trots werd de bel geluid. De 13 kilometer en 52 hindernissen lagen achter ons en waren verleden tijd!

Al zittend in de hottubs kreeg menig man zijn praatjes weer terug. Ook de sfeer met de andere deelnemers was weer zeer collegiaal en gezellig te noemen. Stiekem keken sommigen van ons jaloers naar het bandje van Ruud (trainer bij RUIG) die als enige deze felbegeerde trofee mee naar huis mocht nemen.

Oldenzaal tot volgend jaar…ook dan zullen we onze huid weer duur verkopen op jacht naar het bandje!

 

« Oudere berichten

© 2018 RUIG

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑